De baby aan de borst

Verschillende voedingshoudingen

Er zijn meerdere manieren/houdingen mogelijk om, in functie van de omstandigheden en jullie voorkeur je baby te voeden.

  1. Zittend of in madonna-houding
    Dit is de meest gebruikte houding en wordt ook als meest comfortabel ervaren. De baby ligt op zijn zij met de voorkant van zijn lichaam helemaal naar de moeder toe (buik tegen buik). Het hoofdje rust op de onderarm van de moeder en de rug wordt door dezelfde onderarm ondersteund.
    Nadeel van deze houding is dat het hoofdje meestal niet stevig ondersteund wordt maar wiebelt op de arm van de moeder, en de moeder hier slechts weinig controle over heeft.
  2. Doorgeschoven in zittende houding
    Dit is een variant op de klassieke zittende houding, waarbij de baby op de rechterarm ligt en de moeder het hoofdje met de rechterarm ondersteunt. Tegelijkertijd biedt de moeder met haar linkerhand de linkerborst aan. De houding kan vooral in het begin zinvol zijn, omdat de moeder hier goed kan bijsturen.
  3. Zittend met de baby onder de arm, bakerhouding of rugbyhouding
    Bij deze houding ligt de baby met zijn beentjes onder de arm van de moeder. Zijn hoofdje rust in de hand van de moeder en de rug wordt ondersteund door haar onderarm. Op het moment dat de baby wil aanhappen brengt de moeder hem dicht naar zich toe. Best kunnen dan kussens gebruikt worden om de baby comfortabel met de onderarm ter hoogte van de borst te houden.
    Dit is een minder bekende houding die erg nuttig kan zijn als de baby het moeilijk heeft om de tepel goed te pakken. De moeder heeft immers een goed zicht op wat er gebeurt en kan de houding van de baby controleren. Ook vrouwen met erg zware borsten, vlakke tepels, stuwing of keizersnede vinden deze houding vaak prettig.
  4. Verticale positie van de baby
    Men kan de baby ook in verticale positie voeden. De baby zit hierbij rechtop met zijn buikje tegen de buik van de moeder en de moeder ondersteunt de rug en het hoofdje. In deze positie heeft de baby zelf meer controle over de melkvloed.
  5. Liggend op de zij
    De moeder ligt op haar zij met een kussen onder het hoofd en in de rug. De baby ligt eveneens op zijn zij met de mond ter hoogte van de tepel. De moeder kan haar onderste arm onder haar hoofd of kussen leggen, en met de andere arm de baby naar zich toe trekken wanneer hij wil aanhappen.
    Deze houding is erg geschikt wanneer de moeder na de bevalling wil vermijden om te zitten op een pijnlijk perineum of om druk op de wonde van de keizersnede uit te oefenen. Bovendien is het op deze manier voor de moeder mogelijk om tijdens het voeden te rusten.
  6. Liggend op de rug
    De moeder ligt op haar rug met wat kussens onder haar hoofd en evt. onder de schouders. De baby ligt op zijn buikje bovenop de moeder of gedeeltelijk op een kussen naast haar. Het mondje van de baby komt ter hoogte van de tepel. De moeder ondersteunt met de binnenkant van haar hand zijn voorhoofd zodat zijn neusje niet in de borst zakt. Het is belangrijk om er op te letten dat de baby met de onderkaak voldoende houvast heeft doordat hij met zijn kin vlak tegen de borst ligt.

 

Je baby aanleggen

Volgende punten wijzen er op dat de baby goed is aangelegd:

  • moeder en baby zien er rustig uit en voelen zich comfortabel
  • de baby neemt de tepel en een aanzienlijk deel van het tepelhof en het borstweefsel in de mond
  • de tepel reikt tot 3 à 5 mm van de plaats waar het zachte en het harde verhemelte op elkaar aansluiten, er wordt geen wrijving op de tepel uitgeoefend
  • het topje van de tong bevindt zich verder dan de onderste tandenboog
  • de tong is trechtervormig waardoor ze de borst kan omvatten
  • de baby houdt de borst stevig vast en deze beweegt niet in en uit het mondje
  • het mondje is wijdopen gesperd en de lippen zijn naar buiten gekruld
  • de onderlip ligt verder van de basis van de tepel dan de bovenlip en deze asymmetrie zorgt voor de optimale positie om de tepel, het tepelhof en het borstweefsel vast te houden
  • de kin ligt dicht tegen de borst aan
  • het neusje kan de borst raken, maar blijft vrij om te ademen
  • het hoofdje en lichaam van de baby liggen in één lijn (vooral bij jonge zuigelingen van belang, bij oudere baby’s niet meer zo noodzakelijk)
  • er is een ritmisch patroon van zuigen-slikken-zuigen-slikken (na de toeschietreflex) met af en toe een pauze, en waarbij de kaakspieren ritmisch bewegen.

 

Tepelpijn

Tijdens de eerste 10 dagen postpartum (met een piek tussen dag 3 en dag 6) zijn pijnlijke tepels bij het begin van de voeding niet abnormaal. Dit is van voorbijgaande aard en heeft te maken met het aanpassen van de tepels aan de borstvoeding. Bij de start van de voeding rekt de tepel uit tot tweemaal zijn lengte en moeders ervaren dit in het begin van de borstvoedingsperiode soms als pijnlijk. Deze rekkingspijn is normaal. Wanneer de pijn echter lang aanhoudt (langer dan 10 sec.) en ernstig is of pas optreedt na een pijnloze periode, en/of de tepels beschadigd zijn, is er sprake van tepelproblemen.

Is dat het geval contacteer je je vroedvrouw of een lactatiekundige die door een grondige observatie van je voeding kijkt wat er aan de hand is.

 

Reflux

Onder fysiologische reflux (of regurgitatie) verstaan we het onvrijwillig terugvloeien van de maaginhoud naar de slokdarm. De baby heeft hier vaak reeds kort na de geboorte last van.

Dit toont zich als volgt:

  • de baby laat voeding uit de mond lopen of geeft kleine hoeveelheden voeding terug, soms de ganse dag door
  • de baby ervaart hiervan over het algemeen weinig hinder
  • de baby huilt niet tijdens of na de maaltijd
  • de baby heeft een goede eetlust
  • de baby heeft een normale groei en ontwikkeling.

In het geval van pathologische reflux of refluxziekte daarentegen gaat de regurgitatie gepaard met andere duidelijke symptomen:

  • de baby weigert de borst of wil net heel vaak drinken
  • de baby laat de borst vaak los tijdens een voeding
  • de baby vertoont pijn bij het slikken
  • overstrekken tijdens de voeding
  • veel, ontroostbaar en soms schel huilen
  • de baby wordt onrustig wanneer hij op zijn rug ligt en voelt zich beter wanneer hij rechtop wordt gehouden
  • prikkelbaarheid
  • beperkte groei
  • de baby is erg gespannen en wordt niet graag geknuffeld
  • late aanwijzingen van bloedbraken ten gevolge van slokdarmontsteking
  • ook chronisch hoesten en astma kan samenhangen met refluxziekte.

Er bestaat ook zgn. ‘verborgen reflux’. Hierbij kan de baby ook last hebben van refluxziekte maar zonder dat er melk wordt teruggegeven,
De melk vloeit dan terug in de slokdarm maar wordt door de baby opnieuw ingeslikt.

Aanpak:

Wanneer vaststaat dat de symptomen die de baby vertoont toe te schrijven zijn aan pathologische reflux zal meestal een medicinale behandeling nodig zijn.
Er kan in dat geval geopteerd worden voor medicatie die voor zuurremming zorgt, of voor prokinetica, of voor een combinatie van beide.

Medicatie die voor zuurremming zorgt:

  • Gaviscon®: door de zuurbinding zorgt dit voor een tijdelijke bufferwerking à vrij verkrijgbaar
  • H2-antihistaminca zoals Zantac® (ranitidine) of protonpompinhibitoren zoals Losec® (omeprazol): remmen de maagzuurproductieà beiden op voorschrift

Prokinetica:

  • Motilium® (domperidone): versnelt de motiliteit in slokdarm en maag, en verhoogt de druk op de onderste slokdarmsfincter

Enkel bij anatomische afwijkingen, wanneer andere behandelingsmethoden niet aanslaan en er verdere complicaties zijn, kan een operatie aangewezen zijn.

 

Aandachtspunten voor de borstvoeding bij een baby met pathologische reflux:

De moeilijkheden met eten en slapen bij deze kinderen maken een goede begeleiding van de borstvoeding noodzakelijk. In sommige gevallen wordt de reflux gelinkt aan een koemelkeiwit-allergie, en dan wordt aan de borstvoedende moeder geadviseerd om zuivel te elimineren uit haar dieet en het effect hiervan na te gaan.

Overschakelen naar kunstvoeding is geen goede strategie: hierdoor mist de baby alle unieke eigenschappen van borstvoeding en wordt de maag zwaarder belast. Het terugvloeien van kunstvoeding is bovendien agressiever voor de slokdarm dan het terugvloeien van lichaamseigen moedermelk.

Het indikken van afgekolfde moedermelk is evenmin aangewezen. Hoewel de frequentie van het teruggeven hierdoor kan afnemen, zal de blootstelling van de slokdarm aan maagzuur alleen maar toenemen. De verklaring hiervoor ligt wellicht in de minder snelle vertering van ingedikte melk. Het toevoegen van dikkingsmiddelen aan moedermelk biedt dus geen soelaas. Het specifiek toevoegen van granen blijkt verder erg ineffectief: deze granen worden zeer snel afgebroken door de enzymen in de moedermelk. Bovendien zou het gebruik van granen om moedermelk in te dikken bij kinderen met pathologische reflux, verband houden met hoesten.

Het kan helpen om de baby rechtop te voeden, maar vermijd om hem in een autostoel of kinderstoel te zetten na de voeding. Hierdoor verhoogt de druk op het middenrif, wat reflux in de hand werkt.

Mogelijk is de baby erg onrustig en vraagt hij heel vaak de borst. Soms ontstaat er een vicieuze cirkel: onrust – korte voeding – meer onrust door een volumineuze voeding met een hoog lactose- en een laag vetgehalte. Hierbij is het aangewezen dat de moeder één borst per voeding geeft (in blokken van bijvoorbeeld drie uur), zodat de baby minder maar vetrijkere melk krijgt.

Workshopkalender

No event found!

Afspraak maken?

016 20 77 40

Waar ben ik welkom om borstvoeding te geven?

Deze website maakt gebruik van cookies om statistieken bij te houden via Google Analytics. Door op ‘accepteren’ te klikken, ga je hiermee akkoord. Meer informatie hierover vind je in onze Privacy Statement.
Accepteren
Afwijzen
Privacy Policy