Borstvoeding

Hoe vaak moet/mag ik mijn baby voeden

Op basis van wetenschappelijk onderzoek beveelt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aan om gezonde en voldragen baby’s steeds op vraag te voeden.

Dit betekent dat de baby mag drinken telkens hij hiertoe signalen geeft, m.a.w. zo vaak en zo lang hij wil.
De eerste weken na de geboorte is het heel normaal dat de baby dagelijks tot 8 tot 12 keer wil gevoed worden.

 

Hongersignalen

Er zijn opeenvolgende manieren waarop je baby aangeeft dat hij honger heeft:

  • sabbelen en zuigen
  • subtiele lichaamsbewegingen, onrust
  • handjes naar de mond brengen en er eventueel op zuigen
  • zoeken, zuigen op eender wat in de buurt van zijn mondje komt
  • bij een oudere baby: zich naar de borst draaien

Huilen is dus een erg laat (het laatste) hongersignaal. Het is belangrijk om snel te reageren op de eerdere signalen van de baby en niet te wachten tot de baby uiteindelijk van streek geraakt en begint te huilen. Een huilende baby begint moeilijker te drinken want heeft eerst tijd nodig om getroost en gekalmeerd te worden.

 

Drinkt mijn baby voldoende?

Het aantal natte luiers en het gewicht van de baby zijn een goede indicator om in te schatten of je baby voldoende drinkt.

Urine
Eens de melkproductie vanaf de derde of vierde dag na de bevalling goed op gang is gekomen, hoort je baby zes tot acht natte katoenen luiers of vijf tot zes wegwerpluiers per dag te hebben.

Stoelgang
Eén à twee dagen nadat de melkproductie op gang gekomen is en het meconium is uitgescheiden, zal de ontlasting van een borstgevoede baby vormeloos en geelachtig van kleur zijn, met een milde zelfs niet onaangename geur. In de stoelgang vind je soms zelfs pit- en zaad-achtige deeltjes.

Eerste 6 weken maken baby’s daags ongeveer 2-6 keer stoelgang. Wanneer ze ouder zijn dan 6 weken kan dit variëren van 7 keer/dag tot zelfs 1 keer op een hele week.

Gewicht
Ook het gewicht van je baby kan aangeven of hij voldoende eet. Dat is niet het geval wanneer je vaststelt dat

  • je baby na de geboorte meer dan 10% van zijn geboortegewicht verliest
  • er geen terugkeer naar het geboortegewicht is op de leeftijd van 2 weken
  • je baby minder dan gemiddeld 20 g/dag bijkomt nadat hij zijn geboortegewicht heeft herwonnen.

In deze gevallen contacteer je best je vroedvrouw.

Andere tekenen kunnen er eveneens op wijzen dat je baby te weinig moedermelk krijgt:

  • je baby is niet tevreden of verzadigd na de voeding
  • je baby huilt veel, vaak zwakjes of hoog en schel
  • je baby wil vaak en lang drinken
  • je baby slaapt lang door
  • je baby is futloos
  • je baby weigert de borst
  • je baby is onrustig wanneer hij wordt neergelegd

Deze gedragingen kunnen ook andere oorzaken hebben. B.v. mogelijk maakt je baby een groeispurt door, is de smaak van de melk niet aangenaam, heeft je baby krampen, gaat het om een baby die van nature uit veel contact wil, of is er een medische oorzaak.

Hoewel de meeste moeders heel graag weten hoeveel de baby precies gedronken heeft, werkt het wegen van de baby voor en na de voeding alleen maar ongerustheid in de hand.

 

Mijn baby valt tijdens het voeden telkens in slaap

Sommige baby’s zijn erg slaperig en slagen er niet in om voldoende te drinken alvorens ze in slaap vallen. Volgende tips om de baby te activeren wanneer hij indommelt, kunnen hierbij helpen.

  • Borstcompressie:
    Je start hiermee als het zuig- en slikpatroon vermindert.
    Ga als volgt te werk:

    1. Neem je borst vast bij de basis aan de ribben, vingers onderaan en duim bovenaan.
    2. Oefen druk uit op de borst door duim en wijsvingers naar mekaar toe te brengen.
    3. Blijf de druk op de borst aanhouden als de baby weer drinken blijf duwen.
    4. Laat los wanneer de baby stopt met drinken.
    5. Sommige baby’s herstarten het drinken als je lost. Als dit niet het geval is, herstart de borstcompressie.

Als de baby dreigt in slaap te vallen ondanks de borstcompressie, wissel dan van borst.

  • Je kan wisselvoeden: zodra je baby in slaap dreigt te vallen, breng je hem naar de andere borst. Je wisselt zo vaak als nodig, zo is het mogelijk dat de baby zelfs 6 tot 8 keer van borst gewisseld wordt.
  • Als de baby in een diepe slaap geraakt vooraleer hij voldoende gedronken heeft kan je hem wekken door de luier te verversen, hem te laten boeren, zijn voetjes, wang of rug te stimuleren, etc. Wanneer je baby terug wakker is kan je dan de andere borst aanbieden.
  • Het is mogelijk dat een slaperige baby echt te weinig drinkt om voldoende bij te komen. Daarom is het belangrijk om alert te zijn en het aantal natte luiers en de gewichtstoename in het oog te houden. Het is zeker nodig om je baby elke 2 à 3u wakker te maken voor een voeding. Wanneer je baby te weinig drinkt dreigt ook je melkproductie terug te lopen.

 

Regeldagen of groeispurten

Regeldagen of groeispurten zijn de momenten waarop je baby meer voeding nodig heeft voor zijn groei en ontwikkeling. Hij zal vaker om voeding vragen en soms al een uur of anderhalf uur na de voeding opnieuw hongersignalen vertonen. Het is belangrijk om tegemoet te komen aan deze vraag en je baby dus vaker aan te leggen zodat je melkproductie kan toenemen. De hoeveelheid melk zal zich dan automatisch aanpassen aan zijn behoeften. Na enkele dagen zal het voedingspatroon van je baby zich opnieuw normaliseren.
Tijdens zo’n groeispurt kunnen baby’s ook meer last hebben van bv. krampen, huidhonger en huilen ze soms meer.
Groeispurten komen meestal voor rond:

  • dag 10
  • 3 weken
  • 6 weken
  • 3 maanden

Maar ook op andere momenten kan je baby een groeispurt doormaken.
Gelukkig zijn dergelijke groeispurten telkens van voorbijgaande aard en duren ze meestal slechts enkele dagen.

 

Ingetrokken tepels en borstvoeding

Bij (sterk) ingetrokken tepels kan enige deskundige begeleiding nodig zijn.
We spreken van ingetrokken tepels wanneer de tepel(s) in de borst wegkruipt bij manipulatie. Dit komt voor bij ongeveer 3% van de vrouwen. In sommige gevallen kan de baby zelf de tepel naar buiten zuigen en stellen zich weinig problemen.
In andere gevallen zijn hulpmiddelen en gepaste begeleiding nodig.

 

Kleine borsten en borstvoeding

Ook met kleine(re) borsten kan je volwaardig borstvoeding geven. De grootte van de borsten is daarvoor geen bepalende factor.

 

Hoe kan ik de melkproductie bevorderen?

Indien er sprake is van werkelijk te weinig melkproductie is een deskundige begeleiding (vb. door een vroedvrouw/lactatiekundige) nodig. Volgende acties kunnen helpen om de melkproductie te verhogen (aangepast aan de specifieke probleemsituatie):

  • zorg voor voldoende huid-op huid contact met je baby
  • drink voldoende (2-2,5 liter water per dag)
  • indien mogelijk het aanhappen en het drinken van je baby verbeteren
  • vaker voeden en/of afkolven
  • je baby voldoende lang aan de borst laten te drinken
  • bij elke borstvoeding aan beide borsten aanleggen
  • borstmassage, borstcompressie
  • regelmatig van borst wisselen bij een slaperige of premature baby
  • vermijden van het gebruik van flessen, spenen en tepelhoedjes want dat kan de baby ‘verwarren’
  • voldoende rust voor de moeder

Indien de productie ook na aangepast borstvoedingsmanagement laag blijft is het aangewezen om na de borstvoeding of tussen de voedingen nog extra af te kolven om de melkproductie te stimuleren, of gebruik te maken van medicatie of kruiden die de melkproductie stimuleren.

 

Ik heb een verstopt melkkanaal

Een verstopt melkkanaal zorgt voor een pijnlijke, gezwollen, harde en vaak lichtjes rode plek op de borst. Sommige vrouwen hebben er herhaaldelijk last van en ontwikkelen als gevolg hiervan een borstontsteking.

Een verstopt melkkanaal kan ontstaan doordat:

  • je borsten niet goed leeggedronken worden (bvb. door te kort of te weinig voeden)
  • je te strakke kleding of beha draagt
  • je tijdens het voeden met je hand of vinger op je borst drukt.

Dit kan je doen wanneer je een verstopt melkkanaal hebt:

  • Vaak verdwijnt de verstopping spontaan binnen 24 à 48 uur en is er geen behandeling nodig. Enkele tips om sneller te herstellen:
  • ga door met voeden aan de borst met het verstopt melkkanaal
  • voed in afwisselende houdingen
  • zorg dat het gebied met het verstopt melkkanaal goed wordt leeggedronken, bvb. door massage en borstcompressie of kolven na de borstvoeding
  • zorg ervoor dat je baby goed aanhapt
  • vermijd te strakke kleding
  • je kan tijdens het drinken de borst masseren
  • je kan warmte aanbrengen op de pijnlijke plek, best voor het begin van de voeding
  • gebruik gembercompressen: vraag hierover meer informatie aan je vroedvrouw
  • neem voldoende rust

 

Borstontsteking

Een borstontsteking is een ontstekingsreactie in de borst, al dan niet gepaard met infectie. De eerste symptomen zijn: vermoeidheid, gevoelige plek(ken) op de borst, hoofdpijn en grieperige spierpijnen.

Vervolgens kan je koorts krijgen, een verhoogde hartslag en kunnen er warme, rode en pijnlijke zones op de borst verschijnen.

Dit kan je doen wanneer je een borstontsteking hebt:

Bij een borstontsteking is het vooral belangrijk om de melkdoorstroming te verbeteren. Dit kan door:

  • verder te gaan met borstvoeding: voldoende en lang voeden is essentieel om de doorstroming te verbeteren (best beginnen met de pijnlijke borst)
  • de borst zachtjes masseren tijdens het voeden en evt. af te kolven.

Om de pijn en ontsteking te verlichten kan je:

  • warmte toepassen, bij voorkeur voor de voeding, voldoende drinken
  • Pijnstillende en ontstekingswerende medicatie (Ibuprofen)
  • Wissel regelmatig van houding tijdens het voeden
  • gemberkompressen aanleggen tussen voedingen: 75g geraspte gember, in 1l gekookt water (water mag niet meer koken), 10 tot 15 minuten laten trekken, gember verwijderen, aftreksel warm aanbrengen op de borst door middel van een doek of washandje, regelmatig herhalen

Wanneer er koorts optreedt contacteer je je vroedvrouw of huisarts.

 

Pijnlijke tepels

Bij de aanpak van tepelproblemen is het van het grootste belang om de oorzaak te achterhalen en ze deskundig aan te pakken. Zelfs wanneer je blijft voeden met de beschadigde borst zal de pijn dan snel verdwijnen. Enkel bij ondraaglijke pijn of wanneer het bloeden of de beschadiging verergert, is het aangewezen om even niet meer met deze borst te voeden. Het blijft dan echter belangrijk om af te kolven zodat de melkproductie op peil blijft.

Nog al te vaak wordt aangeraden om de duur of frequentie van de voeding te beperken om tepelpijn of –beschadiging te voorkomen. Dit is echter niet aangewezen: niet hoe lang of hoe vaak je voedt, maar wel de manier waarop is immers oorzaak van de pijn.

Bij tepelpijn vraag je hulp van een vroedvrouw of lactatiekundige: die zal met zorg het verloop van de voeding observeren om de oorzaak van je pijn te achterhalen.

Workshopkalender

No event found!

Afspraak maken?

016 20 77 40

Waar ben ik welkom om borstvoeding te geven?

Deze website maakt gebruik van cookies om statistieken bij te houden via Google Analytics. Door op ‘accepteren’ te klikken, ga je hiermee akkoord. Meer informatie hierover vind je in onze Privacy Statement.
Accepteren
Afwijzen
Privacy Policy