Borstvoedingsproblemen bij baby

Mijn baby wil niet meer aan de borst drinken. Wat te doen?

Wanneer je baby de borst weigert en nog niet klaar is om te stoppen met borstvoeding kunnen volgende tips helpen:

  • huid-op-huidcontact zonder direct je baby te voeden. Ga samen met je baby in bad, zorg voor een lekker warme en donkere badkamer. Leg je baby naakt op je borst en kruip samen onder een lekker warm deken.
  • zorg voor een stabiele positie van je baby bij het aanleggen
  • vermijd om je baby aan de borst te dwingen, dit heeft meestal een omgekeerd effect. Duw zeker niet op het achterhoofd van je baby
  • bied de borst aan bij de eerste hongersignalen, bv. als hij net wakker wordt
  • kalmeer je baby door hem te wiegen, te zingen, te masseren en bied daarna de borst aan
  • voed je baby in verschillende houdingen, bvb. rechtop staand, al wandelend, in een draagdoek, in een donkere kamer zonder afleiding
  • houd je baby aan de borst terwijl hij aan een vinger zuigt, trek dan de vinger weg en plaats de borst in zijn mondje.
  • wees alert voor tekenen van uitdroging: een grauwe kleur en/of een ingevallen fontanel
  • het is aangewezen om af te kolven zodat de productie op peil blijft en je baby de afgekolfde melk uit een kopje kan drinken.

 

Spruw?

Spruw (infectie met Candida Albicans) kan zich zowel bij jezelf als bij je baby vertonen.

Bij je baby wijzen volgende signalen op spruw:

  • aan de binnenkant van de wangen of lippen zijn soms witte vlekjes zichtbaar, soms witte aanslag op de tong die niet kan weggeveegd worden met een tissue
  • parelmoerachtige lippen of mondslijmvlies
  • een gezwollen bleke tong
  • je baby kan branderige en vlekkerige luieruitslag hebben
  • soms merk je winderigheid
  • soms gaat je baby slechter drinken en onrustiger zijn aan de borst omdat zuigen aan de borst pijn doet
  • borst weigeren door pijn in het mondje
  • mogelijk is je baby asymptomatisch of gaan de symptomen ongemerkt voorbij.

 

Signalen bij jezelf die op spruw kunnen wijzen:

  • tepelpijn tijdens en na het voeden na een pijnloze periode, waarbij de pijn niet veroorzaakt wordt door incorrect aanleggen
  • de pijn is brandend of diep stekend en kan doorstralen naar je borstkas/schouders/rug
  • de pijn wordt meestal erger naar het einde van de voeding toe en verergert nog na de voeding
  • de huid van de tepel kan jeuken, glimmen en/of rood zien met soms witte puntjes of schilfertjes; maar soms zijn er ook geen uiterlijke kenmerken
  • vaak is er een voorgeschiedenis van infecties of antibioticagebruik
  • een infectie kan gepaard gaan met herhaalde borstontstekingen
  • In geval van zeer ernstige infectie kan de infectie ook dieper gelegen borstweefsel bereiken. Dergelijke infectie gaat gepaard met een brandend en/of stekend gevoel diep in de borst.

Wanneer je deze symptomen vaststelt contacteer je je vroedvrouw of huisarts.

 

Fopspeen

Tijdens de eerste vier tot zes levensweken is het gebruik van een fopspeen af te raden.
Er is aangetoond dat baby’s die een fopspeen hebben gemiddeld één voeding per dag minder krijgen dan baby’s zonder fopspeen. Wanneer je baby frequent zuigt op een fopspeen wordt hiermee de vraag naar voeding uitgesteld, en mis je bovendien gemakkelijk de hongersignalen van je baby. Vermits de melkproductie verloopt volgens een systeem van vraag en aanbod zal hierdoor de melkproductie teruglopen.
Het gebruik van een fopspeen kan verder voor zuigverwarring (ook tepel-speenverwarring genoemd) zorgen, waardoor je baby niet meer aan de borst wil drinken of te maken krijgt met zuigproblemen.

Indien je na enige tijd je baby toch een fopspeen wil aanbieden, doe dit dan steeds na de voedingen en kies in dat geval steeds voor een speen met een rond uiteinde (i.p.v. afgevlakte vorm)

 

Afkolven

Afkolven is iets dat je al doende leert. In het begin is het normaal dat je slechts kleine hoeveelheden melk afkolft. Je lichaam moet zich immers aanpassen en leren om te reageren op de stimuli van het kolven.

Enkele tips:

  • zorg voor een rustige en aangename omgeving
  • wanneer je baby in de omgeving is: kijk er naar en richt er je aandacht op
  • kolf in het begin vooral ’s morgens af, dit is het moment waarop je wellicht het meest uitgerust bent en meer melk hebt
  • masseer eventueel je borsten, in de richting van de tepel. Je kan wrijven met de hele hand, kleine cirkelvormige bewegingen met de vingers maken of een vuist maken en met de geplooide vingers over de borst rollen.
  • wanneer de melk moeilijk toeschiet kan het helpen om warme compressen aan te brengen, de tepels te stimuleren of voorover leunend je borsten te schudden.
    Ook een foto, filmpje of kleertjes van je baby in de omgeving kan de toeschietreflex bevorderen.

 

Bewaren van (afgekolfde) moedermelk

Bij het bewaren van moedermelk is het belangrijk om hygiënisch te werk te gaan en je handen te wassen alvorens af te kolven, moedermelk te ontdooien of te gebruiken. Je kan de melk best rechtstreeks opvangen in een afsluitbaar flesje, potje of moedermelkzakje. Tot de leeftijd van zes maanden moet dit steeds steriel zijn.
Het is handig om steeds een etiket met datum en eventueel uur van afkolven te voorzien. Melk van twee verschillende afkolfbeurten kan worden samen gegoten op voorwaarde dat de recentst afgekolfde moedermelk eerst gekoeld wordt gedurende enkele uren en nadien bij de reeds gekoelde moedermelk wordt gevoegd.

 

De onderstaande tabel biedt een overzicht van de bewaartijd van moedermelk:

Opgewarmd Kamertemp. max. 25°C Koeltas 15°C Koelkast achteraan 4°C Diepvriesvak in koelkast Diepvries -18°C
Verse moedermelk 1 uur 4 uur 24 uur 72 uren 2 weken 3 tot 6 maanden
Ontdooide moedermelk 1 uur 1 uur 24 uur

Aandachtspunten:

  • Deze richtlijnen gelden enkel voor voldragen en gezonde baby’s. Voor zieke of premature baby’s worden andere richtlijnen gehanteerd.
  • Je plaatst de melk best achteraan in de koelkast of diepvriezer om temperatuurschommelingen en verlies van unieke eigenschappen te beperken.
  • Door bewaring verandert het vetgehalte van moedermelk. Dit verlies kan beperkt worden door het flesje of potje zachtjes te schudden voor gebruik.

 

Ingevroren moedermelk laat je best traag achteraan in de koelkast ontdooien, niet in de deur of groentelade. Wanneer er geen tijd is om de melk langzaam te laten ontdooien kan je het flesje of potje ook onder stromend water houden (van koud naar warm). Het is dan belangrijk om het water niet te warm te laten worden aangezien er dan antistoffen verloren gaan.
Het is afgeraden om moedermelk te laten ontdooien op kamertemperatuur. Ook mag moedermelk na ontdooiing niet opnieuw worden ingevroren en niet meer worden gebruikt na 24u.

 

Hoeveel afgekolfde moedermelk heeft een baby nodig?

Een formule kan helpen om de hoeveelheid melk te bepalen die een baby tot de leeftijd van één maand nodig heeft:

150 ml x kg lichaamsgewicht
het aantal voedingen per dag

Bv.: een baby van 1 maand oud en van ong. 4 kg die gebruikelijk 10 keer op een dag drinkt zal dus bij benadering (150×4:10=) 60 ml per voeding nodig hebben.

Naarmate de baby ouder zal die verhoudingsgewijs wat minder drinken en passen we de formule aan.
Voor een baby tot de leeftijd van …:

  • … 2 maanden: 140 ml x kg lichaamsgewicht : het aantal voedingen per dag
  • … 3 maanden: 130 ml x kg lichaamsgewicht : het aantal voedingen per dag
  • … 4 maanden: 120 ml x kg lichaamsgewicht : het aantal voedingen per dag
  • … 5 maanden: 110 ml x kg lichaamsgewicht : het aantal voedingen per dag
  • … 6 maanden: 100 ml x kg lichaamsgewicht : het aantal voedingen per dag.

 

Stoppen met borstvoeding

Wanneer je de borstvoeding wil of moet stopzetten vooraleer de baby aangeeft hier klaar voor te zijn, is het erg belangrijk om dit geleidelijk aan te doen. Hierdoor kunnen zowel je baby als jijzelf zich aanpassen aan de nieuwe situatie. Voor jezelf is dit belangrijk om verstopte melkkanaaltjes en een borstontsteking te voorkomen, en voor je kind laat het toe dat andere vormen van voeding, affectie en aandacht langzaam de borstvoeding kunnen compenseren. Dit geleidelijk spenen laat ook toe dat de concentratie aan antistoffen in de moedermelk kan toenemen, zodat het kind nog een laatste extra bescherming meekrijgt.

Best kan je één voeding tegelijk weglaten om die te vervangen door een andere voeding (bv. kunstvoeding of vaste voeding). Na een aanpassingsperiode van een kleine week en als je geen last hebt van pijnlijke stuwing, kan vervolgens een bijkomende borstvoedingsbeurt worden vervangen.
Een evenwichtige spreiding van de resterende voedingen over 24 uur is aangewezen (bijvoorbeeld in eerste instantie de ochtend- en avondvoeding behouden). Vaak is veel geduld en flexibiliteit nodig. Belangrijk is ook om doorheen de dag wat extra affectie en aandacht aan je kind te geven. Borstvoeding is namelijk meer dan voeding alleen en is voor je kind ook een emotioneel gebeuren.

Abrupt stoppen met borstvoeding is slechts in zeer uitzonderlijke gevallen nodig, en vraagt een goede begeleiding om bv. verstopte melkkanaaltjes en borstontsteking te voorkomen.

Het is geen moment om de borstvoeding af te bouwen op een moment dat de baby ziek is of er andere problemen zijn.

Je vroedvrouw kan je ook steeds helpen met de opmaak van een ‘afbouwschema’ op jouw maat en in functie van jouw omstandigheden.

Voor de meeste baby’s die borstvoeding krijgen duurt het een tijdje vooraleer ze aan de fles willen of kunnen drinken. Het drinken aan een flesje vereist immers andere mond- en tongbewegingen dan het drinken aan de borst. Sommige baby’s weigeren de fles echter resoluut. In wat volgt geven we een aantal tips die in deze situatie kunnen helpen.

  • Bied je baby tussen de leeftijd van 6 à 8 weken al eens een flesje vertrouwde (afgekolfde) moedermelk aan in een flesje
  • Bied het flesje wat eerder aan dan het gewoonlijke voedingsmoment, zodat je baby geïnteresseerd is maar niet zo hongerig dat hij gefrustreerd raakt.
  • Bied het flesje eens aan wanneer je baby slaperig is.
  • Laat iemand anders het flesje geven. Wanneer jij dit doet zal je baby je zien en ruiken, en niet begrijpen waarom hij geen borstvoeding krijgt.
  • Wanneer iemand anders het flesje geeft, is het beter dat je zelf niet in huis bent zodat je baby je niet kan ruiken.
  • Gebruik evt. een speentje dat lijkt op de fopspeen van je baby.
  • Probeer verschillende speentjes uit. Sommige baby’s prefereren een snelle toevloed van de melk, andere een trage.
  • Verwarm het speentje met warm water om het wat aangenamer te maken.
  • Breng wat moedermelk aan op het speentje. Wanneer je baby dit proeft zal hij mogelijk beginnen te zuigen om meer te krijgen.
  • Laat je baby spelen met het speentje zodat hij er vertrouwd mee raakt.
  • Probeer je baby in een andere houding te voeden, bijvoorbeeld in een kinderstoel, rechtop, zodat je hem kan aankijken bij het voeden.
  • Probeer je baby af te leiden op het moment dat hij de fles krijgt, door rond te wandelen, tegen hem te praten, te wiegen.
  • Als je weet dat je je baby af en toe voeding zal moeten geven met de fles, omdat je terug gaat werken bijvoorbeeld, dan kan je vanaf de leeftijd van 6 weken à 3 maanden af en toe wat moedermelk in een flesje geven. Zo kan je baby wennen aan het drinken van een flesje.
  • Wat werkt bij jouw baby is erg individueel en het blijft zoeken. Belangrijk is echter om geduldig te blijven en je baby niet te dwingen of te forceren. Dit maakt het probleem enkel erger. Wanneer je baby de fles drie keer weigert, is het beter om het erbij te laten en later opnieuw te proberen. Wel is het goed om je baby daarna niet onmiddellijk borstvoeding te geven, maar eerst iets anders te doen zodat je baby het weigeren van de fles niet beloond ziet met drinken aan de borst.
    Een alternatief is om je baby niet met de fles te voeden maar hem te leren om aan een kopje of bekertje te drinken. Ook een melkpapje (vb. moedermelk met meel) met een lepeltje kan een oplossing zijn voor een moeder die moet gaan werken.

 

Je baby voeden “op vraag

Je baby voeden “op vraag” impliceert dat er geen beperkingen zijn in frequentie en duur van de voedingen: alleen je baby bepaalt autonoom hoeveel en hoe lang die drinkt!
Onderzoek toonde aan dat de voordelen van voeden op vraag velerlei zijn. Er wordt bij de baby minder gewichtsverlies tijdens de eerste week postpartum vastgesteld, en voeden op vraag blijkt samen te hangen met een langere borstvoedingsduur. Frequent voeden leidt verder tot minder geelzucht in de vroege neonatale periode, helpt stuwing te voorkomen en zorgt voor een vlottere stabilisatie van de borstvoeding.

Belangrijk om weten: wanneer je je baby voedt op vraag bestaat er geen enkel risico op overvoeding of overgewicht!

 

Overvloedige melkproductie

Mogelijke kenmerken bij de moeder die wijzen op een overvloedige melkproductie

  • blijvend gespannen en pijnlijke borsten
  • verstopte melkkanaaltjes
  • mastitis of borstontsteking
  • lekken van de borsten tussen de voedingen
  • pijnlijke toeschietreflex.

Mogelijke symptomen bij de baby:

  • onrust tijdens en na de voeding
  • verslikken
  • veel huilen
  • melk teruggeven
  • weigeren van de borst bij een te sterke toeschietreflex
  • zeer grote of juist kleine gewichtstoename.
  • hikken tijdens en na de voeding
  • zeer frequente en korte voedingen waardoor de baby enkel voormelk krijgt met als gevolg winderigheid, en soms overvloedige, schuimende en zelfs groene ontlasting.

 

Wat te doen bij overvloedige melkproductie?

Bij de aanpak van overvloedige melkproductie wordt het de bedoeling om de hoeveelheid melk die wordt aangemaakt te verminderen, zodanig dat aanbod en vraag opnieuw beter met mekaar overeenstemmen. Het risico op mastitis zal verminderen en de baby zal opnieuw tevreden aan de borst drinken.

Zo kan je in dat geval te werk gaan

  • Geef één borst per voeding: zorgt ervoor dat de borst goed leeggedronken wordt en de baby de vetrijke achtermelk krijgt waardoor een teveel aan lactose wordt vermeden. Wanneer de baby zeer vaak wil drinken is het raadzaam om binnen een tijdspanne van 3 à 4 uur telkens opnieuw dezelfde borst aan te bieden, en dit tijdelijk gedurende 2 à 3 dagen. Nadien kan dit aangepast worden aan de individuele voorkeur en aan de melkproductie (bij sommige vrouwen is de melkproductie na drie dagen blokvoeden ernstig afgenomen en is stimulatie aan beide borsten weer nodig om de productie op peil te houden).
  • Bij stuwing in de andere borst kunnen koude koolbladeren (of compressen) de pijn verlichten: men spoelt een koolblad van witte of groene kool af onder de kraan, verwijdert de harde nerven, en kneust het blad (bijvoorbeeld met een deegrol). Het toepassen van koolbladeren op de borst werkt enerzijds ontzwellend, maar zorgt er anderzijds ook voor dat de melkproductie wordt afgeremd. Er wordt aangeraden om dit niet meer dan drie keer per dag gedurende twintig minuten te doen. Vaak is het ook nodig om wat melk af te kolven, maar niet meer dan nodig om het ongemak van de stuwing weg te nemen. Geleidelijk aan zullen de borsten zich aanpassen aan het nieuwe vraag- en aanbodsysteem en zal de melkproductie verminderen.
  • Overvloedige melkproductie gaat vaak gepaard met een krachtige toeschietreflex. Indien de baby hierdoor de borst weigert kan de moeder met de hand wat melk afkolven tot de melk toeschiet en pas na de hevige toeschietreflex de baby aanleggen. Een andere mogelijkheid is om de baby aan te leggen, maar weg te nemen zodra hij last heeft van de hevige toeschietreflex. Ook een andere aanleghouding kan helpen, bv. in rugligging. De baby in verticale positie voeden maakt dat hij zelf meer controle heeft over de melkvloed.

 

Ontoereikende melkproductie

Om vast te stellen of de melkproductie (on)toereikend is, letten we vooral op het aantal natte luiers en het gewicht van de baby:

Urine en stoelgang:

  • Wanneer de melkproductie goed op gang komt, vanaf de derde of vierde dag na de bevalling, hoort de baby zes tot acht natte katoenen luiers of vijf tot zes wegwerpluiers per dag te hebben. Na zes weken zal de blaas van de baby in omvang toenemen en in staat zijn om meer urine te bevatten. Hierdoor kan het aantal natte katoenen luiers afnemen tot vijf of zes per dag, en het aantal wegwerpluiers tot vier of vijf per dag, maar ze zullen per keer meer urine bevatten. Het is hierbij steeds belangrijk dat de urine niet sterk geconcentreerd of sterk ruikend is.
  • Eén à twee dagen nadat de melkproductie op gang gekomen is en het meconium is uitgescheiden, zal de ontlasting van een borstgevoede baby vormeloos en geelachtig van kleur zijn, met een milde niet onaangename geur. De meeste baby’s zullen zolang ze uitsluitend borstvoeding krijgen twee tot vijf keer ontlasting hebben per etmaal. Wanneer de baby tijdens de eerste vier tot zes weken minder dan twee keer per etmaal ontlasting heeft is het zinvol om de frequentie en de duur van de borstvoeding na te gaan en het aantal natte luiers te controleren. Hoewel dit niet per definitie problematisch is, kan het wijzen op onvoldoende melkproductie. Ook wanneer er slechts weinig ontlasting is, de ontlasting onregelmatig, droog of hard is, zijn er mogelijk problemen met de melkproductie. Na de leeftijd van vier tot zes weken is de stoelgangfrequentie bij borstgevoede kinderen sterk wisselend. Dit kan variëren van zeven keer per dag tot één keer per week. Op voorwaarde dat de stoelgang zacht blijft wordt elke frequentie binnen deze variatie als normaal beschouwd.

Gewicht:

Ook het gewicht van de baby kan aangeven of hij voldoende voeding krijgt. Dat is bij een ontoereikende melkproductie niet het geval wanneer:

  • de baby na de geboorte meer dan 10% van zijn geboortegewicht verliest
  • er geen terugkeer naar het geboortegewicht is op de leeftijd van 2 weken
  • de baby minder dan gemiddeld 20 g/dag bijkomt nadat hij zijn geboortegewicht heeft herwonnen.

Wanneer dit wordt vastgesteld is een grondige evaluatie op medisch en borstvoedingsvlak nodig, aangezien voedings- of gewichtsproblemen symptomen van ziekte kunnen zijn.

Andere tekenen:

Ook andere tekenen kunnen er op wijzen dat de baby te weinig moedermelk krijgt:

  • de baby is niet tevreden of verzadigd na de voeding
  • de baby huilt veel, vaak zwakjes of hoog en schel
  • de baby wil vaak en lang drinken
  • de baby slaapt lang door
  • de baby is futloos
  • de baby weigert de borst
  • de baby is onrustig wanneer hij wordt neergelegd.

Deze gedragingen kunnen ook andere oorzaken hebben. Mogelijk maakt de baby een groeispurt door, is de smaak van de melk niet aangenaam, heeft de baby krampen of gaat het om een baby die van nature uit veel contact wil, of is er een medische oorzaak.

Wanneer je hierover twijfelt neem je contact met je vroedvrouw.

 

Ontoereikende melkproductie aanpakken

In geval van onvoldoende melkproductie is het zaak om na te gaan wat de oorzaak hiervoor is, zodat het borstvoedingsmanagement kan afgestemd worden op de oorzaak.
Allereerst is het nodig om een voeding te observeren, met aandacht voor de conditie van de borsten en de tepels, de houding van baby en moeder, het aanhappen van de baby, het slikken van de baby, en de manier waarop baby en moeder op elkaar reageren. Vervolgens dient te worden nagegaan hoe frequent er gevoed wordt, hoeveel natte luiers de baby heeft, hoeveel stoelgangluiers er zijn en de aard ervan, en of de baby voldoende bijkomt.

Na de anamnese en het observeren van de borstvoeding zijn volgende acties aangewezen om de melkproductie te verhogen (aangepast aan de specifieke probleemsituatie):

  • indien nodig het aanhappen en drinken van de baby verbeteren
  • de frequentie van de voedingen of het afkolven verhogen
  • geen tijdslimiet, maar de baby de kans geven om voldoende lang aan de borst te drinken
  • bij elke borstvoeding aan beide borsten aanleggen
  • borstmassage, borstcompressie
  • wisselvoeden in geval van een slaperige of premature baby
  • vermijden van het gebruik van flessen, spenen en tepelhoedjes
  • gezonde voeding, voldoende drinken en rust voor de moeder.

Indien de productie ook na aangepast borstvoedingsmanagement laag blijft is het aangewezen om na de borstvoeding of tussen de voedingen nog extra af te kolven om de melkproductie te stimuleren, of gebruik te maken van medicatie die de melkproductie stimuleert.

Workshopkalender

No event found!

Afspraak maken?

016 20 77 40

Waar ben ik welkom om borstvoeding te geven?

Deze website maakt gebruik van cookies om statistieken bij te houden via Google Analytics. Door op ‘accepteren’ te klikken, ga je hiermee akkoord. Meer informatie hierover vind je in onze Privacy Statement.
Accepteren
Afwijzen
Privacy Policy